27.2.11


VOORUITSTELLINGEN

als ik niet jong was,
zou ik niet willen zijn;
als ik niet jong was
en verrast bij elke sprong
een onbekende wereld in;
als ik geen dromer was,
geen man van idealen,
zou ik dood willen,
dood willen zijn!

als ik niet jong was
om de lente te voelen,
de drift te leven in de zon;
als ik niet jong was,
mijn overmoed niet had;
niet jong was, ongeduldig
dronken van leven en genieten,
zou ik dood willen,
dood willen zijn!

als ik niet jong was…



VRAGEN

hebben jouw ogen ooit mijn ziel gepeild
en diepten van lafheid gevonden?
voelden jouw lenden ooit
de prangen van armen
een lichaam aan anderen gebonden?
en al zag je in mijn blik
de drift en wellust, de hunkering naar
einders buiten bereik –
toch bleef je mij,
eenzaam als nooit, eenzaam,
genegen, verbonden…



WACHT

de nacht duurt lang voor een soldaat op wacht.
de wereld stil, zo stil rond de gebouwen.
en geen licht, geen licht
waarop men zich verlaten, zich vaststaren kan.
de nacht duurt lang voor een soldaat op wacht.

een uur, zo gauw voorbij,
zo gauw voorbij op het oefenplein…
maar vannacht op hetzelfde plein,
neemt het zware leven een nieuwe loop
in trage sekonden, die eeuwen duren.
en de soldaat op wacht, onder schaarse sterren,
voelt zich zo klein.

traag en sluw sluipen de uren.

No comments:

Post a Comment