21.2.11


OUD GETIJ

de zee! de zee!
de grote wijde zee
van dol en wanhoop overvloedig
menselijk wee!

zee!
zee van levend lijden,
die oneindig aan alle zijden
aanbeukt langs de duinen.
zee van scheurend eeuwig leed
en blijdschap beide.

machtig als de zee
en tembaar als de wreedste tijger:
zee van wanhoop, zee van vrede.
op jouw oevers hebben duizende
talloze vrouwen gebeden
- geleden…

de zee! de zee!
o grote wijde zee;
de golven spoelen rij na rij
en vloeien uit, en zwellen aan.
een ster brak uit haar baan
en gaat haar weg.
een oud getij…



RAND

ik hoorde nu
in volkomen stilte
een gedicht te schrijven
over liefde en haat!
- de stilte is er maar achter de schermen -
hoe land zal het rode doek
voor de lege zaal
nog gesloten blijven?

toneel is blind.
elke kunst is blind
staren.

geef mij dan maar
niet waarheid, maar de twijfel;
en nu
in volkomen stilte
een blind gedicht
over liefde en haat!



SCHAAKSPEL

vòòr mij, staan
op bruingele velden, het schaakbord,
koele houten stukken gedwee.
zwart en wit paard schouwen elkaar aan
tot elke sprong bereid;
de schaduwen vallen klein, onrustig,
roerloos bedwongen.
één speler denkt,
traag denkt…

of droomt ie,
de jongen met zijn handen in zijn haar?
verliet hij het spel
waar al zijn stukken:
koningin en paard en torens
ter vernieling staan.
of lacht ie nu, dromend heel even maar
om het beeld dat in hem viel?...

zo is ons leven, broer,
dit schaakspel koel,
met glanzende stukken
op een glanzend veld:
koel, met ziel.

No comments:

Post a Comment