26.2.11


VERBORGEN VEELVOUD

in de hoogste huizen
brandt het kleinste vuur.

ik ga langs straten
en straten van verweerde steen;
puin
waar de zon uit het zuiden
te sterk voor is,
puin van dode minnaars,
van late woorden.

moeheid immer,
gebarsten ramen
en al nieuwe oorlog –
laat mij de sekonden maar
van elk gebeuren,
de stilte bij de dode;
een wachten maar…

traag, bij
open deuren.



VOORGESCHIEDENIS

wie de eerste dichter was, weet ik niet.
hij kon jong zijn – o ja jong, en overmoedig –
of oud en wijs, vol spijt om het voorbije.
zijn woord zou magisch zijn geweest,
en wekte eerbiedig zwijgen
in de radeloosheid van elke dag,
- het onvoldoende voedsel…
eeuwig onvoldoende -
misschien was ie niet eens bemind,
maar dichter bleef hij, de toekomst open
met een bestaan oneindig rijker
dan de herinnering
- oeroude geslachten terug -
van de grijsaards
van zijn stam…



ΚΛΕΨΥΔΡΑ 

τη βάση της κλεψύδρας τρύπησα
και κάθε μέρα συμπληρώνω
λίγη άμμο,
αδιάφορο αν νύχτα πέφτει
όπου μέρα δείχνει,
αν μέρα έχει μέρες να βρει νύχτα.

ο χρόνος θα μείνει μετέωρος,
πολλές οι προθεσμίες

για να με κοιτάξεις
με τα από μέσα μου μάτια.


ZANDLOPER

de onderzijde van de zandloper heb ik doorboord,
en elke dag voeg ik
een beetje zand toe,
onverschillig of the nacht valt
waar de dag wordt aangetoond,
of de dag al dagen naar een nacht zoekt.

de tijd zal blijven zweven,
er zijn nog veel tijdstippen voorhanden

om mij aan te schouwen
met mijn ogen van binnenin.


(noot: de Nederlandse tekst van dit gedicht is een vertaling van het oorspronkelijk Grieks gedicht, door de dichter zelf).

(σημ.: ο ίδιος ο ποιητής μετέφρασε το ποίημα στα ολλανδικά).

No comments:

Post a Comment