22.2.11


SMEKELING

als ik de grens zal overschrijden
tussen dit droomland en het woud,
liefste,
hoe ‘k je ook deed lijden,
wuif mij toe, wuif mij toe…

als ik mijn weg zal moeten banen,
mijn geschramde schouder
onder gilwitte zon,
liefste,
al kwelmen geen tranen meer,
denk aan mij dan, denk aan mij.

en als ik, eindelijk vrijgevochten,
moe van hart, maar vol verlangen
de oude grens weer overschrijd,
liefste,
wil mij weer omarmen,
weer mij troosten
in mijn schamelheid…



SOLDAAT

ik ben als jullie allen,
jonge mannen
- weemoed en uitbundigheid -
man van dromen,
man van de daad.
ik ben als jullie allen: soldaat!

onder dezelfde gevechtkledij,
een nummer, een naam.
een peleton dat langs straten en wegen gaat
onbekend;
met dezelfde blik in elk gelaat:
wij allen, eens alleen, nu samen soldaat!

dit leven
zo doelloos, zo donker,
en plots zo helder, als in éne stond,
ons hart de maat vat
waar dit lied op gaat:
kameraden, mannnen der plicht,
vast de handdruk, samen:
soldaat!

(noot: als men 18 jaar oud is, kan zelfs een onaangename plicht tot ideaal verheven worden. In latere jaren zou ik zulk een vers beslist niet hebben aangedurfd…)




TE RUIM IS DE NACHT

ik vluchtte.
waarom vrees,
de doem van zelfvernietiging?
breken
in de nacht
en toch niet sterven.

te ruim is de nacht.

weerkeren – dolen.
de woeste wolken,
de donkere helling, de dood.
waarom
geen huis, geen ster
- geen handen?

te ruim is de nacht.

te ruim…
God!
is er een God?
waarom verhardt
in de nacht
mijn eigen hart?
vrees - waarom?

te ruim is de nacht.

No comments:

Post a Comment