9.3.11

AFREKENING EN NIEUW LEVEN

7. DE NIEUWE VRIEND

Kan een onsterfelijk meesterwerk niet de aanleiding zijn, van vakantieoord te veranderen? Vier maanden intensief Italiaans leren, om tenslotte Italië terzijde te schuiven? Waarom ook niet? Een reeks stakingen, relletjes, politieke onrust zijn vaak reeds voldoende om toeristen van een bepaald land af te leiden. De dichter, overgevoelig voor al wat schoonheid is, staat in ontroerende bewondering voor de film “Elektra”, een meesterwerk van een film, dat ook een meesterwerk uit de oudheid vertegenwoordigt. Al heel vlug is het nieuw besluit getroffen: doel van de reis wordt Griekenland, waar de mooiste meesterwerken van de oudheid, waar ook de redenering over goed en kwaad, over gezag en vrijheid, waar het hele Europese avontuur begonnen is en zich vruchtbaar ontwikkeld heeft. Het wordt nu geen eenvoudige vakantiereis, maar een ontmoeting met de schoonheid in haar hoogste uitdrukking… In een donkere kinozaal begint het lot toevallen uit te delen.

Grieks leren in drie maanden?  Met hartstochtelijke belangstelling kan men alles bereiken op die leeftijd. Alleszins komt het tot voldoende taalkennis om eenvoudige gesprekken te voeren en eenvoudige teksten te lezen.

Augustus is een hete maand. De treinreis van Brussel tot Thessaloniki heeft meer dan 40 uren in beslag genomen. De jonge dichter komt uitgehongerd toe in een stad die hem niet aantrekt, niet bekoort. Gauw bezoekt ie de Byzantijnse kerken, woont ook even een huwelijksplechtigheid bij, geniet zijn eerste oezo, toetst zijn taalkennis in enkele eerste gesprekken. Het wordt laat. Na twee nachten in de trein kan hij eindelijk eens behoorlijk slapen. De eerst dag op Griekse bodem is nochtans geen geestdriftwekkende ervaring…

De volgende morgen in het station. De trein naar Athene wacht, een trein ongewoon van uitzicht (een lokale sneltrein). Nog heel weinig reizigers. Een plaats op goed geluk af. Later, vlak voor het vertrek loopt de trein bijna vol, maar niemand stoort de jonge vreemdeling. Even na het vertrek, als de kondukteur de kaartjes nakijkt, blijkt het dat het niet de internationale trein is, die uren vertraging heeft, maar een sneltrein (tweede toeval, zoals later duidelijk wordt). Des te beter, als de rit minder lang zal duren. De prijstoeslag is een peulschilletje, en de plaats blijft behouden (toevallig één van de weinige niet voorbehouden plaatsen: derde toeval). Reeds voor Katerini is de trein boordevol. De Olympusberg wordt waargenomen als een hoge donkere massa. Dan gaat het verder door de Tembivallei en gauw rijdt de trein een groot modern station binnen: Lárissa.

Enkele reizigers zijn opgestaan, stappen uit. Maar nog veel meer reizigers stappen op, bestormen elke wagen. Geduw van mensen en gepak. In de deur verschijnt een jongeman. Hij is er als eerste in geslaagd zich een weg te banen door het kluwen, in deze wagen te stijgen. Als een flits gaat het door mijn hoofd: die gaat zich naast mij zetten (naast mij was de plaats vrijgekomen, vierde toeval). En ja, na een vraagje of de plaats vrij is, gaat ie zitten, zonder zich te bekommeren dat andere reizigers, die beslist ouder zijn, geen plaats hebben en rechtstaande verder moeten.

Het is een jongeman van mijn leeftijd (alweer een toeval). Nog voor de trein zich weer in beweging zet koopt hij een doos halva. Vertrek. Na enkele minuten biedt hij mij een reepje halva aan en volgen de eerste korte gesprekken in Engels en Grieks. Algauw vlotter in Grieks. Over alles en nog wat. Bij de aankomst in Athene, vijf uren later, waren wij al goede kameraden geworden. Hij hielp mij eerst een goedkoop hotel te vinden (hijzelf zou bij zijn oom verblijven). Daarna gingen wij zwemmen in Faliro.Toevallig (!) zou hij, net als ik, tien dagen in Athene blijven (om examens af te leggen voor de Officierschool). Wij besloten dus dat ik elke voormiddag rustig de oudheden, bezienswaardigheden en musea kon bezoeken, terwijl hij voor zijn examens zou zorgen, maar dat wij namiddag en avond samen zouden doorbrengen, vooral op de stranden. En voor het eerstvolgende weekend werd een uitstap naar Argolis in ‘t vooruitzicht gesteld, op voorwaarde dat zijn ouders in Thessalië en zijn oom in Athene daarmee akkoord gingen.
Ik had mijn nieuwe vriend gevonden…

De gedichten die volgen, weerspiegelen de overgang van een oude naar een nieuwe vriendschap. Deels nog droom, deels werkelijkheid.



WEGEN

je nam de vragen weg
uit al wat vroeger was;
je schiep vertrouwen.
het is goed, nog te kunnen twijfelen
en alles weer verloren geven
na dit uur.
ik heb lang vermoeid gekeken,
ik geef niets op,
ik vergeet maar.

en het wordt licht.
je kan gaan, ik ken de wegen.
doof het vuur,
vergeet maar…



VEERTIG DAGEN

sinds die nacht
toen mijn ziel werd geschonden
met één vlek
onuitwisbaar bloed

heb ik gewacht en gehaat.

er lag een scherpe groef
om mijn mond
en mijn handen trilden.
ik heb gewacht en gehaat.

nu
na veertig dagen stilte,
na al die uren haat
en somber zinnen

wacht ik en verlang!...

opnieuw
wacht ik en verlang
het weergaloos helder lied,
het raadsel
van twee vrienden!



VAN VRIENDEN EN VAN VRAGEN

een late droom is het
van blauwe bergen schuin in zee.

of van een vlakte, waarin de bomen
zijn scheefgewaaid.

- misschien van heuvels,
van een veilig huis -
een late droom.

wat leefde, dood nu;
wat dood scheen
is opengebloeid
uit een vlammende wonde!

een late droom nog,
van onthullend, fel vertrouwen,

van vrienden
en van vragen…



TUSSEN HOOG EN LAAG

van duizend uren
heet van zand
en zwaar, van uitdaging –
van duizend uren armoe weer
en kou, als in een nieuwjaarnacht –
hou ik dit uur,
dit enig uur, met jou,
geborgen.

toen ik,
àl overwonnen,
toch overwinnaar was,
gelijke, nèt jouw vriend…

o welk een duizeling
na dit uur!



VOOR MIJN NIEUWE VERRE VRIEND

de legende
die ik in verzen in de wereld bracht,
dat ik ongenaakbaar was, dichter,
heerser alleen;
de legende
dat ik in mij, in mij alleen,
de ware schoonheid vond en tot scheppen
de uiterste kracht,
die legende heb ik nu omgebracht.

je hielp mij daartoe,
en daarom ben je mijn vriend geworden,
mijn meerdere.
elk ogenblik van ons samenzijn
is niet langer hopeloos wachten
naar een wonder
in een duizende-sterrennacht.

de reis terug…
dit is mijn afscheid en mijn hoop:
dat er niet langer grenzen zijn
voor vrienden die reizen,
als in een legende,
van Vlaanderen naar Làrissa!



DE VRIEND

hij is goed en geduldig.
vlijmscherp verstrakken de lijnen
van straten en huizen
als ik nutteloos zijn gestalte zoek
in vergrijsd licht.
hij is goed en geduldig.

de stilte vervlakt.
dit is de langzaamste reis.

tot onverwacht,
bij een oude boom,
de klanken van brons en staal
maar echo’s zijn van een helder
bouwend lied.

ik heb bewondering geen tijd gegund,
ik offer woorden.

dit is de eindeloze
schoonste reis!

No comments:

Post a Comment