7.3.11

AFREKENING EN NIEUW LEVEN

5. DE KORTE ITALIAANSE DROOM

De eerste vakantiereis in het buitenland zou zeker in het zuiden zijn. Spanje als vakantiebestemming was in opkomst, maar de - niet gerechtvaardigde - beschouwing dat de Spaanse kultuur al te zeer op wreedheid was afgestemd, omwille van diktatuur en corrida, riep meer twijfel op dan geestdrift. En zo werd Italië het doel van de reis. Italië! Een wereld op zichzelf! En zeer toegankelijk wat de taal betreft voor jongeren die uitstekend Frans spreken. Toch legde de dichter zich toe op Italiaans. Het werden enkele maanden van intensief Italiaans leren. Zou het middelpunt van de reis Rome zijn? Of de kunststad Firenze? of het romantische Venetië. Welneen. Zuid-Italië, de omgeving van Napels, de eilanden in de Golf van Napels waren aantrekkelijker, het zuiden zag er avontuurlijker uit. Dus, daarheen was de droom gericht, zoals trouwens de lektuur van reisboeken. Naar die eilanden in het zuiden! En in drie gedichten is die droom bijna werkelijkheid…



ISOLA DI PROCIDA

en wéér maar, nutteloos wellicht,
maar sterker, sterker het verlangen:

het eiland opdoemen zie ik, rots in zee,
hoog en donker,
ofwel heel zonnig om de kaap,
met lage bomen, witte huizen, gewitte wegen.
en in de haven, gemoedelijk zuiders…
ben ik er reeds?
jonge Vlaming vrij op onbekende bodem…

deze verzen waren niet als gedicht bedoeld,
alleen maar brood.

en verder dromen dus.
geef mij dat eiland terug als het zal zomeren
in Vlaanderen.
in een haven in ‘t zuiden
wacht een dartele meid op mij!...



NELL’ ISOLA D’ ISCHIA

de zon
nu bij avond, rood en zwaar;
een uur om ver van zee
naar een late vogel te luisteren.
groot-open ogen…

golf na golf,
rotsen ruw;
de schaduwen zijn al vergeefs te zoeken.
al zwaarder bloed…

droom maar, jongen moe;
ook deze dag, werd een eerlijk
een eerlijk pogen…



VERTREK UIT PROCIDA

drie weken sindsdien, drie gedichten.
ik wil niet meer, kan niet langer, wil het niet.
die duizend mijlen tussen Vlaanderen en mij;
de hoge Alpen dwars
over de weg van Brugge naar Rome,
naar verder, naar Napels, en, traag over zee
naar het eiland,
naar het vergeten wie men is.

en nu wil ik, kan ik niet meer.

morgen,
als de zon hoog in ‘t zuiden zal staan,
zal mijn plaats aan tafel onbezet blijven,
je bed overwoeld maar leeg…

en ik, alleen
weer op weg, van Rome naar Brugge,
jong en vrij
voor de laatste keer!

No comments:

Post a Comment