5.3.11

AFREKENING EN NIEUW LEVEN

3. GOD VERZAKEN



DICHTERDROOM

welk een zegen
dat ik en jij niet één zijn, God!
een verkoolde wereld,
de bomen, as;
huizen uiteengespat
en vuur, en vuur in jouw kerken!
de mensen
traag aan het sterven toe…
- ik,
met nieuwe steen in mijn hand.

God,
ik zou een wijdse katedraal dan bouwen
en wonen daarin,
eenieder na,
in onthutsende stilte.

dan,
laat na één uur al
de avond komen…



MENSENHAAT

in mij
stort alles in
wat eeuwen beschaving
naliet tot op nu.

naliet…
na mijn dood
mag geen huis, geen wereld meer,
geen sterrenbeeld nog bewoonbaar zijn!
na mijn oogst
moet elk zaad onvruchtbaar zijn,
moet elk lied zonder echo zijn,
moet elk land
moet elk land zonder schaduw zijn!

doem!
ik ben de hitte
en het vergiftigd water
nu.
ziel, wat zal ik nog
morgen zijn?...



BRANDSTICHTING

als ik ooit sterf,
dan zal het zijn van machteloze verbittering.
verdrijv’ ik ooit dat vuur in mij,
dat zoveel steen al
grauw en zwart en zielloos brandde,
dan zal het zijn zonder berusting,
wroegingmoe.

als ik ooit sterf
- mijn laatste woord een vloek
naar al wat middelmatig is,
naar hen die vrezen
naar hen die dulden
naar hen die bidden
tot dezelfde zwijgende God.
als ik ooit sterf
zal het ook uit wanhoop zijn!

God, die zwijgt
en wellicht nooit zal spreken,
spaar mij niet:
ik ben het vuur dat, nog vandaag,
je altaar zal verkolen.

het nutteloze vuur,
onder gewelven die op instorten staan.



NAAR DE OEVER

God, wat ben je laf!
God, wat ben je wreed!

ver
onbereikbaar ver
ben je geborgen
voor al ons leed
en ongevoelig voor misprijzen.

ver,
met je zwijgen van onmacht.
onmacht, want vernieling,
een tweede “zondvloed”
zou je nederlaag zijn.
vèr ben je, God.

en ik
die wachten moet
tot na de dood, voor zekerheid,
voor nieuw geloof.

God, wat ben je laf!
God, wat ben je wreed!



DE DERDE AVOND

dit, mijn aarde, mijn heelal;
de duizende duizende sterren, geschonden.
geschonden de steden,
de laagste muren geschonden,
want door mensen
met bloed besmet.

bloed van te jong stervenden,
te jonge dwazen…
God! koning! staat!
woorden waar geen vogel naar luisteren zal,
woorden die versieren, inslaan
twee avonden lang.

de derde avond
ga dan naar je kerk terug.
splijt je hoofd tegen de muren,
bid dan niet,
luister!....

de doden wenen.

No comments:

Post a Comment